Box 1: inkomen, belastingtarieven en je hypotheek in 2026
Belastingjaar 2026 | Bijgewerkt op 28 oktober 2026
Box 1 is het onderdeel van de inkomstenbelasting voor inkomen uit werk en woning. Je loon, winst uit onderneming en pensioen vallen hier bijvoorbeeld onder. Heb je een eigen woning? Dan worden ook het eigenwoningforfait en de aftrekbare hypotheekrente in box 1 verwerkt.
Dat heeft invloed op je netto woonlasten. Je betaalt hypotheekrente aan je geldverstrekker, maar kunt een deel daarvan onder voorwaarden terugzien als belastingvoordeel. Hoeveel voordeel je hebt, hangt onder meer af van je inkomen, de WOZ-waarde en je hypotheek.
Hier lees je wat er in box 1 valt, welke belastingtarieven in 2026 gelden en hoe je het belastbare inkomen berekent. Ook leggen we uit wanneer je hypotheek in box 1 of box 3 valt.
Wil je weten wat dit voor jouw hypotheek betekent? Maak een gratis en vrijblijvende afspraak en bespreek je mogelijkheden en verwachte maandlasten.
Wat valt er onder box 1?
In box 1 geef je verschillende inkomsten uit werk en woning aan. De belangrijkste zijn:
- Loon en belastbare voordelen uit je werk.
- Winst uit onderneming.
- Inkomsten uit freelancewerk en andere werkzaamheden.
- Pensioen, AOW en belastbare uitkeringen.
- Lijfrente-uitkeringen en bepaalde andere periodieke uitkeringen.
- Ontvangen partneralimentatie.
- Het eigenwoningforfait van je eigen woning.
Ook buitenlandse inkomsten kunnen meetellen. Of Nederland daar belasting over mag heffen, hangt af van je persoonlijke situatie en eventuele belastingverdragen.
Je inkomen in box 1 is dus niet automatisch gelijk aan je bruto jaarsalaris. Andere inkomsten en aftrekposten kunnen het bedrag veranderen waarover je uiteindelijk belasting betaalt.
Wat zijn de belastingtarieven in box 1 in 2026?
Voor iemand die in 2026 de AOW-leeftijd nog niet bereikt en onder de normale Nederlandse premieplicht valt, gelden drie schijven.
| Schijf | Belastbaar inkomen uit werk en woning | Tarief 2026 |
|---|---|---|
| 1 | Tot en met €38.883 | 35,75% |
| 2 | Meer dan €38.883 tot en met €78.426 | 37,56% |
| 3 | Meer dan €78.426 | 49,50% |
Het tarief in de eerste schijf bestaat uit inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen. Heffingskortingen worden daarna in de berekening verwerkt.
Betaal je het hoogste tarief over je hele inkomen?
Nee. Je betaalt per deel van je belastbare inkomen het tarief van de bijbehorende schijf.
Bij een belastbaar box 1-inkomen van €60.000 betaal je vóór heffingskortingen ongeveer:
- Over €38.883: 35,75%, dus €13.900,67.
- Over de resterende €21.117: 37,56%, dus €7.931,55.
- Samen: €21.832,22 vóór heffingskortingen en andere correcties.
Dit is een berekening van de belasting over de schijven. Het is geen berekening van je netto salaris. Daarvoor zijn ook bijvoorbeeld loonheffing, pensioeninhoudingen en je persoonlijke heffingskortingen nodig.
Welke tarieven gelden vanaf de AOW-leeftijd?
Heb je de AOW-leeftijd al vóór 2026 bereikt? Dan is het tarief in de eerste schijf in beginsel 17,85%. Voor mensen geboren vanaf 1 januari 1946 loopt die schijf tot en met €38.883. Ben je vóór die datum geboren, dan ligt de grens op €41.123.
Bereik je de AOW-leeftijd tijdens 2026, dan geldt voor de eerste schijf een aangepast jaartarief. Dat hangt af van de maand waarin je de AOW-leeftijd bereikt. De tarieven van de tweede en derde schijf blijven 37,56% en 49,50%.
Hoe bereken je het belastbare inkomen in box 1?
In hoofdlijnen werkt de berekening als volgt:
Inkomsten uit werk en andere box 1-inkomsten + bijtelling voor de eigen woning − aftrekbare bedragen = belastbaar inkomen in box 1.
Een eenvoudig voorbeeld:
| Onderdeel | Bedrag |
|---|---|
| Belastbaar loon vóór verwerking van de eigen woning | €60.000 |
| Eigenwoningforfait | + €1.750 |
| Aftrekbare hypotheekrente | − €12.000 |
| Belastbaar inkomen in box 1 | €49.750 |
We gaan uit van een volledig jaar, zonder andere inkomsten of aftrekposten. Je trekt €12.000 rente af van je inkomen. Je krijgt dus niet automatisch €12.000 terug van de Belastingdienst.
Wat is het verschil tussen box 1, box 2 en box 3?
De drie boxen horen allemaal bij de inkomstenbelasting, maar hebben een eigen doel.
| Box | Waar gaat het om? | Voorbeelden |
|---|---|---|
| Box 1 | Inkomen uit werk en woning | Loon, ondernemingswinst, pensioen en de eigen woning |
| Box 2 | Inkomen uit aanmerkelijk belang | Dividend en verkoopwinst bij een kwalificerend aandelenbelang, meestal vanaf 5% |
| Box 3 | Inkomen uit sparen en beleggen | Spaargeld, beleggingen en een tweede woning in privé |
Je kunt met alle drie te maken hebben. Ontvang je als directeur salaris van je bv? Dan valt dat salaris in box 1. Dividend uit een aanmerkelijk belang valt in box 2. Privéspaargeld kan daarnaast in box 3 vallen.
Je kunt niet zelf kiezen in welke box je iets aangeeft. De fiscale regels bepalen waar een inkomen, bezitting of schuld thuishoort.
Valt je eigen woning in box 1 of box 3?
De woning die je bezit en als hoofdverblijf gebruikt, valt meestal onder de eigenwoningregeling in box 1. Een tweede woning of een woning die je in privé als belegging verhuurt, valt meestal in box 3. Bij verhuur die verder gaat dan normaal vermogensbeheer kan de behandeling anders zijn.
De woning en de schuld worden afzonderlijk beoordeeld. Je eigen woning kan in box 1 vallen terwijl een deel van de hypotheekschuld in box 3 hoort.
Voorbeeld: een hypotheek met twee bestedingsdoelen
Je leent €320.000. Daarvan gebruik je €300.000 voor de aankoop van je eigen woning en €20.000 voor een auto.
Als het woningdeel aan alle voorwaarden voldoet, kan de rente over €300.000 aftrekbaar zijn in box 1. De rente over de €20.000 voor de auto is geen aftrekbare eigenwoningrente. Dat de bank één hypotheek heeft verstrekt, verandert dat niet.
Er bestaan uitzonderingen voor bijvoorbeeld een oude woning die leeg te koop staat of een nieuwe woning in aanbouw. Ook een scheiding of tijdelijke uitzending kan tot bijzondere regels leiden.
Box 1 en het eigenwoningforfait
Het eigenwoningforfait is een bedrag dat voor je eigen woning bij je inkomen wordt opgeteld. De berekening is gebaseerd op de WOZ-waarde. Je hypotheekbedrag of aankoopprijs is daarvoor niet het uitgangspunt.
Voor belastingjaar 2026 gebruik je de WOZ-beschikking met waardepeildatum 1 januari 2025.
| WOZ-waarde | Eigenwoningforfait 2026 op jaarbasis |
|---|---|
| Tot en met €12.500 | 0% |
| Meer dan €12.500 tot en met €25.000 | 0,10% |
| Meer dan €25.000 tot en met €50.000 | 0,20% |
| Meer dan €50.000 tot en met €75.000 | 0,25% |
| Meer dan €75.000 tot en met €1.350.000 | 0,35% |
| Meer dan €1.350.000 | €4.725 + 2,35% van de waarde boven €1.350.000 |
Bij een WOZ-waarde van €500.000 bedraagt het eigenwoningforfait voor een volledig jaar €1.750. Dat bedrag wordt bij het inkomen geteld. Het is niet het bedrag dat je rechtstreeks aan belasting moet betalen.
Was de woning slechts een deel van het jaar je eigen woning? Dan kan een tijdsevenredige berekening nodig zijn.
Hoe werkt hypotheekrenteaftrek in box 1?
Hypotheekrenteaftrek betekent dat je kwalificerende rente voor je eigen woning van je inkomen kunt aftrekken. Daarvoor moet de lening aan de voorwaarden voor een eigenwoningschuld voldoen.
Voor nieuwe eigenwoningschulden vanaf 1 januari 2013 geldt in beginsel dat je de lening binnen maximaal 30 jaar ten minste annuïtair aflost. Een annuïteitenhypotheek of lineaire hypotheek kan daaraan voldoen. Voor bestaande schulden van vóór 2013 kan overgangsrecht gelden.
Je mag hypotheekrente maximaal 30 jaar aftrekken. Oversluiten geeft voor een bestaande schuld geen nieuwe volledige aftrektermijn.
Voor aftrekbare eigenwoningkosten die in de hoogste schijf vallen, is het aftrektarief in 2026 beperkt tot 37,56%. Je trekt die kosten dus niet af tegen 49,50%, ook als een deel van je inkomen tegen dat tarief wordt belast.
Rekenvoorbeeld: wat doet box 1 met je netto rentelasten?
We nemen het eerdere voorbeeld met €60.000 belastbaar loon vóór de eigenwoningregeling, een WOZ-waarde van €500.000 en €12.000 aftrekbare rente. We laten heffingskortingen en andere fiscale effecten buiten beschouwing.
| Berekening | Uitkomst |
|---|---|
| Betaalde hypotheekrente | €12.000 per jaar |
| Eigenwoningforfait | €1.750 per jaar |
| Verlaging belastbaar inkomen | €10.250 |
| Belastingvoordeel: €10.250 × 37,56% | €3.849,90 per jaar |
| Gemiddeld belastingvoordeel per maand | €320,83 |
De volledige verlaging valt in dit voorbeeld binnen de tweede schijf. Bij gemiddeld €1.000 rente per maand blijven na dit berekende belastingeffect ongeveer €679 netto rentelasten over.
Aflossing komt daar nog bij. Hetzelfde geldt voor onderhoud, verzekeringen, gemeentelijke lasten en een eventuele VvE-bijdrage. Door heffingskortingen kan het werkelijke belastingvoordeel afwijken.
Waarom werkt deze rekensom niet voor iedereen?
Bij een hoger inkomen kunnen de aftrekbare rente en het eigenwoningforfait tegen verschillende tarieven doorwerken.
Stel dat je €100.000 belastbaar loon hebt, met dezelfde woning en €12.000 aftrekbare rente. Ook na de woningcorrectie blijft je inkomen boven de grens van de hoogste schijf.
Zonder heffingskortingen en andere correcties is de berekening dan:
- Voordeel renteaftrek: €12.000 × 37,56% = €4.507,20.
- Belasting over eigenwoningforfait: €1.750 × 49,50% = €866,25.
- Gecombineerd voordeel: €3.640,95 per jaar, ongeveer €303,41 per maand.
Het saldo van rente en eigenwoningforfait vermenigvuldigen met één percentage geeft dus niet voor iedere huiseigenaar de juiste uitkomst.
Wil je verschillende hypotheekbedragen vergelijken? Bereken je bruto en netto hypotheeklasten en bespreek de uitkomst met een adviseur.
Welke kosten zijn aftrekbaar in box 1?
Bij de eigen woning gaat het vooral om rente en bepaalde financieringskosten. Kosten voor het kopen van de woning zijn niet automatisch aftrekbaar.
| Kostenpost | Meestal aftrekbaar voor een kwalificerende eigenwoningschuld? |
|---|---|
| Hypotheekadvies en bemiddeling | Ja |
| Notaris- en kadasterkosten voor de hypotheekakte | Ja |
| Taxatie die nodig is voor de lening | Ja |
| Kosten van de NHG-aanvraag | Ja |
| Kwalificerende boeterente | Ja |
| Periodieke erfpachtbetalingen | Ja, onder de eigenwoningregels |
| Overdrachtsbelasting en aankoopmakelaar | Nee |
| Notaris- en kadasterkosten voor de leveringsakte | Nee |
| Aflossing van de hypotheek | Nee |
| Onderhouds- en verbouwingsfacturen zelf | Nee |
Eenmalig aftrekbare financieringskosten verwerk je doorgaans in het jaar waarin je ze betaalt. De rente op een kwalificerende verbouwingslening kan aftrekbaar zijn, terwijl de verbouwingskosten zelf geen aftrekpost zijn.
Wat gebeurt er met overwaarde en de bijleenregeling?
Verkoop je een eigen woning met overwaarde? Dan kan een eigenwoningreserve ontstaan. Die heeft invloed op de maximale schuld waarover je bij je volgende woning rente mag aftrekken.
Een vereenvoudigd voorbeeld, zonder bijkomende kosten:
- Je eigenwoningreserve is €80.000.
- Je koopt een andere woning voor €450.000.
- Je maximale nieuwe eigenwoningschuld is in dit voorbeeld €370.000.
- Leen je toch €450.000, dan is de rente over de extra €80.000 in beginsel niet aftrekbaar in box 1.
De reserve vervalt doorgaans na drie jaar. Bij partners of meerdere eerdere woningverkopen kan de berekening ingewikkelder zijn. Lees meer over je hypotheekmogelijkheden met overwaarde.
Hoe werkt box 1 zonder hypotheek of met een kleine hypotheek?
Ook een hypotheekvrije eigen woning valt normaal in box 1. Het eigenwoningforfait verdwijnt dus niet automatisch zodra je lening is afgelost.
Als het eigenwoningforfait hoger is dan je aftrekbare eigenwoningkosten, kun je onder voorwaarden de aftrek wegens geen of een kleine eigenwoningschuld krijgen. Dit wordt vaak de Wet Hillen genoemd.
In 2026 bedraagt die aftrek 71,867% van het daarvoor in aanmerking komende verschil. Bij €1.750 eigenwoningforfait en geen aftrekbare eigenwoningkosten blijft daardoor ongeveer €492,33 als belastbaar inkomen over. Dat is een inkomensbedrag, geen belastingaanslag van €492,33.
Welke andere aftrekposten zijn er in box 1?
Naast eigenwoningkosten kunnen onder voorwaarden ook andere bedragen je box 1-inkomen verlagen. Denk aan bepaalde lijfrentestortingen, de reisaftrek voor openbaar vervoer en persoonsgebonden aftrek zoals kwalificerende giften, specifieke zorgkosten en betaalde partneralimentatie.
Iedere aftrekpost heeft eigen voorwaarden. Voor lijfrente hangt de aftrek bijvoorbeeld samen met je jaar- en reserveringsruimte. Gewone studiekosten zijn vanaf belastingjaar 2022 in het algemeen niet meer aftrekbaar.
Een aftrekpost verlaagt je belastbare inkomen. Een heffingskorting verlaagt de berekende belasting. Dat verschil is belangrijk als je wilt weten wat een aftrekpost werkelijk oplevert.
Box 1 verdelen met je fiscale partner
Ben je het hele jaar fiscale partners, of kies je rechtsgeldig voor behandeling als fiscale partners voor het hele jaar? Dan mag je het saldo van de inkomsten en aftrekposten van de eigen woning in de aangifte verdelen. Samen moet je 100% aangeven.
Je hoeft de woningposten niet automatisch toe te rekenen aan de partner met het hoogste inkomen. De aftrekbeperking en de invloed op heffingskortingen kunnen een andere verdeling gunstiger maken.
Je salaris of ondernemingswinst mag je niet op dezelfde manier vrij tussen partners verdelen.
Wat betekent 2031 voor hypotheekrenteaftrek in box 1?
Voor bepaalde oude hypotheekschulden eindigt vanaf 2031 de individuele renteaftrektermijn van 30 jaar. Had je de betreffende schuld al vóór 1 januari 2001? Dan begon de fiscale termijn op 1 januari 2001.
Dat is iets anders dan algemene afschaffing van hypotheekrenteaftrek voor iedereen in 2031. Voor andere leningdelen kunnen andere einddata gelden. Een latere verhoging kan bijvoorbeeld een eigen aftrektermijn hebben.
Laat daarom per leningdeel vaststellen wanneer de aftrek eindigt. Kijk daarbij ook naar eventuele gekoppelde spaar- of verzekeringsproducten en je verwachte inkomen. Oversluiten verlengt de bestaande aftrektermijn niet.
Heb je een oudere hypotheek? Plan een gratis eerste gesprek om je hypotheek, resterende looptijd en toekomstige maandlasten te bespreken.
Hoe krijg je belastingvoordeel uit box 1 terug?
Je verwerkt je woning, kwalificerende hypotheekrente en aftrekbare kosten in de aangifte inkomstenbelasting. Controleer vooraf ingevulde gegevens aan de hand van je jaaropgave van de geldverstrekker, WOZ-beschikking en facturen.
Wil je een verwacht belastingvoordeel tijdens het jaar ontvangen? Dan kun je een voorlopige aanslag aanvragen. Daarbij wordt op basis van een schatting berekend of je maandelijks geld terug kunt krijgen.
Het is een voorschot op je uiteindelijke belastingberekening. Verandert je inkomen, rente of woonsituatie, pas de schatting dan aan. In de jaarlijkse aangifte worden eerder ontvangen bedragen verrekend.
Veelgestelde vragen over box 1
Is belastbaar inkomen in box 1 hetzelfde als bruto inkomen?
Nee. Je bruto salaris is een uitgangspunt. Andere box 1-inkomsten, de eigenwoningregeling en aftrekposten kunnen zorgen voor een ander belastbaar bedrag.
Zijn spaargeld en beleggingen onderdeel van box 1?
Gewoon privéspaargeld en particuliere beleggingen vallen meestal in box 3. Voor bepaalde oudere producten die aan een eigen woning zijn gekoppeld, kunnen bijzondere regels gelden.
Kan een aflossingsvrije hypotheek in box 1 vallen?
Ja, bijvoorbeeld als bestaande eigenwoningschuld onder overgangsrecht valt. Een nieuwe aflossingsvrije lening voldoet normaal niet aan de aflossingseis voor nieuwe eigenwoningschuld. De oorspronkelijke afsluitdatum en de fiscale geschiedenis zijn daarom belangrijk.
Wat gebeurt er als mijn box 1-inkomen negatief is?
Een vastgesteld verlies uit werk en woning kan in beginsel worden verrekend met positief box 1-inkomen uit de drie voorgaande en negen volgende jaren. Je kunt een box 1-verlies niet zomaar aftrekken van inkomen in box 2 of box 3. Voor niet-benutte persoonsgebonden aftrek gelden afzonderlijke regels.
Valt mijn huis nog in box 1 als ik het verhuur?
Dat hangt af van de situatie. Een woning die je in privé als beleggingspand verhuurt, valt doorgaans in box 3. Voor tijdelijke verhuur van de eigen woning, kamerverhuur of een oude woning die te koop staat kunnen andere regels gelden. Laat dit beoordelen voordat je een huurcontract sluit.
Kan ik zelf kiezen voor box 3 om minder belasting te betalen?
Nee. De fiscale regels bepalen de indeling. Een hypotheek in box 3 geeft geen recht op hypotheekrenteaftrek in box 1. Of de totale belastingdruk lager uitvalt, kun je daarom niet afleiden uit alleen de naam van de box.
Verlaagt hypotheekrenteaftrek mijn maximale hypotheek?
Belastbaar inkomen en het inkomen waarmee een geldverstrekker rekent, zijn verschillende begrippen. Een fiscale aftrek verlaagt niet automatisch het door de bank geaccepteerde inkomen met hetzelfde bedrag. Voor de leencapaciteit gelden afzonderlijke normen en acceptatieregels.
Weet wat jouw hypotheek je werkelijk kost
Een passende hypotheek begint met overzicht: wat betaal je bruto, welk belastingeffect mag je verwachten en hoeveel ruimte houd je daarna over?
HypotheekPlatform helpt je om die bedragen naast elkaar te zetten. We bespreken je inkomen, hypotheekvorm, fiscale aandachtspunten en toekomstplannen. Zo kun je een hypotheekkeuze maken die past bij jouw situatie.
Maak een gratis en vrijblijvende afspraak met HypotheekPlatform of bereken eerst je verwachte maandlasten.
Bronnen
- Belastingdienst: box 1, inkomen en belastingtarieven.
- Belastingdienst: eigenwoningforfait berekenen.
- Belastingdienst: voorwaarden hypotheekrenteaftrek.
- Belastingdienst: aftrekbeperking bij een hoog inkomen.
- Belastingdienst: aftrekbare kosten eigen woning.
- Belastingdienst: bijleenregeling.
- Belastingdienst: fiscaal partnerschap.
- Belastingdienst: een voorlopige aanslag aanvragen.
Maak een gratis, vrijblijvende afspraak
Ben je benieuwd welke hypotheekvorm het beste past bij jouw persoonlijke situatie? Maak meteen een afspraak. De eerste afspraak is altijd gratis en vrijblijvend.